Tijdens deze minor is mijn denken over technologie sterk veranderd. Vooraf zag ik technologie vooral als iets neutraals en functioneels: digitale systemen die simpelweg bestaan om ons leven praktischer te maken. In de colleges merkte ik echter dat technologie nooit neutraal is. Ze wordt altijd gevormd door belangen, aannames, machtsstructuren en economische modellen. Door de Public Stack ben ik gaan inzien dat je technologie niet alleen aan de voorkant moet beoordelen, maar in lagen moet analyseren: infrastructuur, governance en het economische model bepalen vaak méér dan de interface die we zien. Hierdoor kijk ik nu kritischer naar wat als “normaal” wordt gepresenteerd binnen Big Tech en besef ik beter hoe publieke waarden onder druk kunnen staan.
Een belangrijk inzicht was dat technologie altijd normatief is. Ontwerpkeuzes, algoritmes en interfaces sturen gedrag, beïnvloeden autonomie en privacy, en kunnen inclusie bevorderen of juist ondermijnen. Daarnaast ontdekte ik hoe bepalend de infrastructuurlaag is: eigenaarschap, hosting en protocollen bepalen uiteindelijk wie macht heeft, waardoor ik technologie minder als “magisch” en meer als politiek ben gaan zien. Ook realiseerde ik me dat digitale commons geen nichealternatief zijn, maar een noodzakelijke tegenkracht vormen tegen extractieve platformmodellen. Ze bieden een manier om technologie publiek, duurzaam en eerlijk te organiseren.
Tijdens de minor ontdekte ik ook nieuwe dingen over mezelf. Ik merkte dat ik snel in oplossingen denk, terwijl de minor mij juist dwong om eerst te analyseren en te vertragen. Ik kwam erachter dat ik theorie beter begrijp wanneer ik het kan koppelen aan concrete voorbeelden, vooral bij de Public Stack. Daarnaast werd duidelijk dat ik gevoeliger ben voor machtsstructuren dan ik eerder dacht; ik raak gemotiveerd wanneer ik ongelijkheid of onrecht in systemen zie en wil dan zoeken naar menselijkere alternatieven.
Voor de tweede helft van de minor wil ik meer aandacht besteden aan het expliciet koppelen van publieke waarden aan mijn eigen ontwerpkeuzes. Ik wil daarnaast verder oefenen met het analyseren van de diepere lagen van technologie, zoals infrastructuur en governance, omdat deze vaak verborgen zijn maar veel bepalen. Ook wil ik bewuster nadenken over hoe ik mijn eigen werk toegankelijk kan maken als commons, zodat anderen het kunnen hergebruiken of uitbreiden. Tot slot wil ik meer experimenteren in het ontwerpproces en niet te snel naar één idee toewerken, zodat ik breder en creatiever blijf onderzoeken.